Groot Genneps Genootschap

| domus|
retro
 
Dag 4 Finale

Finale

Als de pijpen van een groot grijs kerkorgel stort het water loodrecht naar beneden. We hebben onze poncho’s aangedaan, maar niemand weet waarom. Ik weet niet wie we daarboven beledigd hebben, maar kennelijk is het wel serieus genomen. In minder dan dertig seconden zijn we allemaal tot aan de binnenkant onzer rozetjes een vinger diep nat. Vol-ko-men-door-weekt. Eerst lijkt of er een grijs-zwarte tunnel over ons heen schuift. Of dat er een zonsverduistering plaatsvindt. Maar dan scheurt de hemel open en is het ‘singin in the rain’, het enige lied dat u niet in ons liedboek aantreft. Hansch en ik wisten het. Het is een front, dus met eenvoudige zaken als convectietemperatuur heeft het allemaal niets te maken. We wisten dat het rond de parade zou losbarsten en dat doet het ook. Even krijg ik echt het gevoel dat die 25e keer me niet gegund is, maar het tegendeel is waar.

Want ook het publiek

is in minder dan een paar seconden volkomen verzopen. En dat is vreemd genoeg maar goed ook. Een beetje natregenen is vervelend. Maar helemaal zeik- en zeiknatregenen is volstrekt niet meer erg. Dan is het toch te laat en maakt het allemaal niets meer uit. Het is ook niet koud. Iedereen lacht, gilt, giert en juicht. Een paar mensen vluchten wel weg, maar het merendeel van het publiek trekt zich geen donder van de regen aan. En dus lopen wij ook maar door. De plassen die zich onmiddellijk vormen zijn groot en onze schoenen toch al doornat. Daarom spetteren en plassen we dat het een lieve lust is. Wat we ook leuk vinden is mensen met paraplu’s langs de kant kletsnat schoppen. Voor onze eigen veiligheid richten we ons daarbij vooral op vrouwen en kinderen. De vrouwen durven het zelfs niet naar te vinden, die blijven lachen al loopt het spatwater ze door hun sloggy. De mannen met de tatous ontzien we een beetje. Die worden agressief van water en dat is niet goed. Dat willen we niet.

Dit soort buien kunnen intens regenen, maar zijn vaak ook weer zo voorbij. Zo niet die van ons. Die begint bij het begin van de parade, ongeveer voor Malden en stopt twee uur later, op het moment dat we de Wedren bereiken, net als de regen op de vroege ochtend van de eerste dag. Toen was dat in ons voordeel maar nu lijkt de Grote Marsleider alsnog af te willen rekenen.

En toch is de dag

goed begonnen. Vooral droog. We zijn elkaar al snel uit het oog verloren en aangezien ik in de vrije ruimte tussen de bovenbenen nog steeds geen huidtransplantatie heb gehad, loop ik letterlijk en figuurlijk weer gesmeerd. Ik wil vandaag zo min mogelijk stoppen want we houden om twaalf uur rendez-vous bij de rustplaats aan de pontonbrug te Cuijk. Dus diesel ik rustig verder. En dat gaat prima. In het donker door Nijmegen, in Overasselt een bakkie bij Amsterdam-Amstelland, dan richting de brug in Grave. Grave is altijd leuk, vooral de kinderhoofdjes. Voor mensen met blaren een heerlijke verrassing. In Grave ook altijd leuke muziek, het hele stuk door het dorp heen.

Nog altijd houden we het droog. Ik heb het extra fijn vandaag want mijn echtgenote en directeur Algemene Zaken, Nicoline, heeft vorig jaar een kunststof bord gemaakt waarop duidelijk leesbaar staat dat ik hier voor de 25e keer loopt. Dat bord is toen – zonder dat ik van het bestaan ervan wist – op last van het broeikasteffect een jaar de kast in gegaan en vanmorgen hebben de mannen van het GGG het met grijnzende plechtstatigheid om mijn slanke nekje gehangen. Vonden ze leuk hoor! Zalig zijn de eenvoudigen. Gelukkig valt er goed met het bord te lopen. Bij normale mensen zou de plastic onderrand doorlopend tegen de knieën slaan maar niet met die pens van mij. Elluk nadeel hep se foordeel… Ik loop de hele dag met het bord op mijn airbag en iedereen aan de kant roept proficiat! (Dat ‘gefeliciteerd’ hebben ze hier niet nog niet helemaal te pakken). Maar ik vind het wel leuk. Ik heb vijfduizend kilometer rond dat kloterige Nijmegen gebanjerd voor dat lauwerkransje op m’n lint en een béétje trots ben ik er wel op. In Gassel neem ik afscheid van de verzorgingsploeg van de Amsterdamse politie. Ik heb geen recht op verzorging, ook niet toen ik er nog werkte, want het is pelotonsverzorging en ik heb altijd individueel gelopen. Maar dat heeft ze gelukkig nooit gehinderd. En sinds ik vijf jaar geleden ben overgestapt naar het politieblad verzorgen ze me nog steeds. Bedankt kids!

Na Gassel komt Beers. En hier gebeurt iets vreemds. Tegenover de kerk in Beers drink ik al 24 jaar iedere laatste dag een zwaar Belgisch biertje (of twee). Nu loop ik er binnen, ga aan de bar zitten en hoor mezelf tot mijn verbijstering om een cola light vragen. En dan drinkt het tot me door: dat wat me tot nu toe niet anders toescheen dan mijn vierde midlifecrisis heeft in werkelijkheid plaatsgemaakt voor echte ouderdom. Een colaatje in Beers….ik! Teneergeslagen wandel ik de lus van Beers in. Ik voel overal pijn, waarschijnlijk ouderdomsrheuma. Drie kilometer om er over na te denken en

dan ben ik in Cuyk.

In Cuijk swingt een militaire band en blaast ons onder de canvasoverspanning van de hoofdstraat door in de richting van de Maas. Cuijk, met zijn beruchte twee torentjes die je een groot deel van deze dag kunt zien maar die heel lang niet dichterbij willen komen, is afgeladen en de mensen zijn dolenthousiast. We worden door Cuijk heen geklapt, zoals ieder jaar. En zoals ieder jaar staan we, direct vanuit het centrum, voor dat magnifieke uitzicht op de pontonbrug, traditioneel door de Genie over de Maas geslagen. Ongeveer iedere vijf jaar meldt zich wel weer een kudde linkse jankerds die zich afvragen wat dat allemaal wel moet kosten (en welke arme mensen ze met dat geld eens fijn ter meerdere eer en glorie van zichzelf zouden kunnen vertroetelen) maar Krijgsmacht en KNBLO houden de poot dapper stijf en de pontonbrug ligt er voor de 63e keer. Tientallen legergroene boten houden de brugdelen op hun plaats. Ooit, bij de cavalerie, ben ik met M113’s over zo’n drijvende brug gereden. Dat is ook leuk.
Maar het kan nog gekker. De nu al roemruchte Maarten Berk, van het forum Walkers4walkers, ook wel de Haagse Reiger genoemd vanwege het feit dat hij mijn liefde voor de Residentie zo hartstochtelijk deelt, besluit dat er te veel van het gewone volk over de ponton loopt en zwemt de Maas over in plaats van te wandelen.

Over de pontonbrug staat een grote versnaperingentent. Duizenden stoeltjes voor de vermoeide wandelaar en alleszins redelijke prijzen. Gewoon plezierig om iets te drinken in plaats van op de vaak dure terassen. Uitzicht op de Maas en de duizenden wandelaars die er overheen stromen. Ik heb iets te goed gedieseld. Het is elf uur. Daar zit ik dan. Maar tot mijn vreugde en opluchting: toch trek in een biertje….pfff!
En verdomd, dat verkopen ze daar nog ook.

Om kwart over twaalf staat de rest van het GGG ook op de rust. Freddie (mensenredder), Jan (schitterende stem, gore sigaren), Hansch (amateurmeteoroloog en filosoof), Ipe (lijkt sprekend op ‘hem wiens naam niet wordt uitgesproken’ maar dan met een aardig karakter), Andries (literair drankorgel) en Johan (alleskunner en allesdoener). Traditiegetrouw drinken we nu een paar laatste biertjes voor de Grote Eindstrijd. Want nu is het namelijk

Op naar Mook

Op het smalle pad langs de Maas is het dringen met de veertigers erbij. Zeker de laatste dag. De veertig is weer onderverdeeld in de burger en de militaire veertig. De militairen lopen in pelotons en die gaan niet uit elkaar. Bovendien lopen er onder de burgerwandelaars nog een stevig aantal politiepelotons en dat alles krijgt het samen behoorlijk benauwd op het smalle stukje van Cuijk naar Mook. Die pelotons zijn schitterend maar soms lastig en als we onderweg een politiepeloton tegenkomen dat voor een groot deel uit vrouwen bestaat besluiten we dat peloton op te heffen en te verspreiden onder de wandelaars. Dat werkt zo:

We beginnen met zingen. Nu niet het rauwe Hollands sentiment maar gevoeliger liederen zoals Tom Dooley en Ror, row, row your boat. De mannen in het peloton maken flauwe grappen over onze verfijnde kunst. Ach, daar zijn het natuurlijk ook mannen voor! Maar de stoere politievrouwen smelten direct wanneer we ze toezingen. We hoeven ze niet eens te poesiemauwen. Na vier spirituals leggen we ze uit dat we gevoelige mannen zijn met een voorkeur voor boeken als ‘Kinderen van moeder aarde’ en zo. Al moet ik toegeven dat mijn tamelijk rechtse aard mijn linker ooglid hier vervelend spastisch doet knipperen. Het duurt nog tot aan de spoorbrug bij Mook voor het tot die botte politiekerels doordringt dat de vrouwen gehypnotiseerd met ons verder zullen wandelen als ze niets doen. Gelukkig (voor hen) hebben ze daar een verzorgde rust waar ze de dames met hulp van de verzorgers uit onze betovering weten los te weken.

In Mook op het plein rond de kerk begint de grote drukte. Vroeger vielen we tussen Mook en Malden in een psychologische put omdat daar, na de drukte van Cuijk en Mook geen publiek meer stond. Als je dan een beetje diep zat kon je dat laatste stukje emotioneel nog aardig wegzakken. Maar in de loop der jaren is het publiek van de vierde dag de tweehonderdduizend mensen ruim overschreden en begint de parade in de praktijk vrijwel direct na Mook

en ruim voor Malden

waar het dus begint te gieten. Bij de Scheidingsweg krijg ik voor de 25e keer mijn laatste knip. Het is volbracht. Ik ben helemaal gelukkig. Ik weet echt niet waarom. Waarschijnlijk ben ik gewoon een sentimentele kwezel maar het kan me niet schelen. De 4Daagse is één van de leukste dingen die ik ieder jaar opnieuw mag doen. Ik kijk er een jaar naar uit. Ik vind het heerlijk om vier dagen lang met mensen uit meer dan zeventig verschillende landen kontakt te kunnen hebben. Als je iedere dag tien uur moet wandelen heb je ook tijd voor die kontakten. Daarnaast is de 4Daagse voor mezelf ook altijd een graadmeter geweest hoe mijn algehele conditie er bij staat. In tegenstelling tot wat sommige mensen denken is het niet steeds makkelijker geworden. In de afgelopen 25 jaar ben ik wel 25 jaar ouder geworden maar is er nooit 25 centimeter van de afstand afgehaald. Maar in alle onbescheidenheid: Mijn benen en voeten hebben er nog steeds geen moeite mee. En mijn rauwe bips? Eigen schuld, dikke bult. Veertig kilo er af en dat is ook voorbij. Maar nu ben ik gewoon doodblij. Nog blijer ben ik als die malle muts van me bij de Scheidingsweg zit te wachten. Ze heeft via het Astmafonds kaarten voor de overdekte eretribune gekregen maar staat me hier, volkomen verzopen, op te wachten om samen met me de parade te lopen. Zoals ze dat altijd doet.

Gelukkig regent het…

Maar op de Wedren -  het is al gezegd – wordt het weer droog. Uiteindelijk is iedereen binnen. Zoals in de lijn der verwachtingen lag is er niemand van het GGG uitgevallen. Er zijn ook geen zwaargewonden. Ze hebben fantastisch gelopen en niet gedreind. Ook Hansch heeft zijn knieblessure dik doorstaan. Dries deelt slokjes uit. Volgend jaar slaapt hij bij ons op de camping maar hij weet het nog niet. We drinken nog een biertje en we zingen nog wat maar eigenlijk willen we naar de camping. Het zit er op voor 2007 en aangezien het mijn jubileum is mag ik de eind-BBQ aanbieden. Die avond zien we naast de reguliere kampeerders Eelco en Johan met zijn Evelyn nog verschijnen en wordt het nog een feestelijke avond. Maar hoe we ook ons best doen,
Het wordt niet laat. Mijn laatste toast is op de KNBLO. En op al die vrijwilligers, kaartcontroleurs, EHBO’ers en ga zo maar door, die het allemaal mogelijk maken.
Het kan niet genoeg gezegd worden,
En het wordt ook niet genoeg gezegd!

Wordt vervolgd in 2008

 






 

Last update 02.08.2007  |  copyright © 2007 [ blisterfield ]