Groot Genneps Genootschap

| domus|
retro
 
Tweedaagse van Amersfoort 2007

Op de carpoolplaats in Houten zijn we samen in de auto naar Amersfoort gereden, waar de 58e tweedaagse van Amersfoort van start ging. Zon en regen waren te verwachten, zo voor een ieder wat wils.
De lucht grijs en dampig, het gevallen water van de vorige nacht zocht zich weer een weg naar hogere atmosferen. Het was in deze vroege ochtend dat wij mensen heimelijk zagen lachen, ons oog viel op een groep dronken mensen die een grote zwerfkei eigenhandig de stad in aan het slepen waren. Ik sprak daarover een persoon aan, Jonkheer Everard Meyster en vroeg hem wat dat te betekenen had.
Hij vertelde mij; Dat hij een wedenschap had met zijn vrienden dat hij de bevolking zo ver zou krijgen, dat zij een grote zwerfkei eigenhandig de stad in zouden slepen en dat het met veel bier en krakelingen lukte. We zijn toen maar naar de keitrekkers gegaan en hebben ze verteld dat het om een wedenschap ging en dat ze de kei wel konden laten liggen. De Kei ligt nu op de hoek van de Stadsring en de Arnhemsestraat en de keitrekkers waren zo blij, dat ze nu jaarlijks Keistadfeesten gaan vieren.
We lopen Amersfoort uit en in een hoog tempo lopen we snel in de voorhoede, hup het militairterrein op en over het oefenterrein, kilometervretend het asfalt achter ons latend, soms een blik om ons heen werpend, want de militairen lopen in camouflage pakken, die zie je dus niet. Wat we wel zagen was een rupsvoertuig wat met veel herrie een rookgordijn probeerde te leggen, later bleek deze stil te staan met een technisch mankement. Ook zagen we een hert schichtig voorbij komen en later wat witte reetjes tussen de bomen en het struikgewas, volgens mij zat daar een “luchtje” aan.
Aangekomen bij de kantine van de atletiekvereniging soep en bier en bier en ja….
We zagen het aankomen, het regende nog niet, donkere wolken pakten zich samen en de loodgrijze hemel kon zich elk moment openen. Het leek wel of de lucht zelf daar gespannen op wachtte. Wij pakken onze spullen en gaan weer opstap.
Het gaat niet lang meer duren, het wolkendek zou elk moment kunnen openbarsten, de regenkleding pakken, aantrekken en lopen. Na een korte bui werd het weer mooi weer, warm en de zon stond er mooi bij.
Daar over het spoor, langs de hei, aan het einde van de weg, onze volgende laafplek. Wat bier, nog wat bier en ja daar loopt ze, onze “brown sugar babe” Margarita, ook maar een biertje?
Eindelijk, de dorst gelest, hindernissen geslecht, we konden weer op weg naar de volgende rustplaats, ook hier vonden we wat we zochten.
Hup op naar Amersfoort, wat lopen we daar voorbij? Ohjee, mannen even de handen voor de billen, de ma…, ma…., ‘k krijg het er haast niet uit, MP, ja met hun ene liedje, in het kader van bezuiniging hebben ze maar geen boekje gemaakt, maar 1 A4 met een liedje meegenomen.
Deze groep laten we ver achter ons en voor ons loopt een groep van de landmacht, na vragen, komen we erachter dat het de TD is. Deze jongens hadden wat moeite met het tempo. We zijn er toen maar achter gaan lopen en de groep op kussens van ons gezang nabij de finish gebracht. Het aanbod van liederen viel duidelijk in goede aarde en de groep zong enthousiast mee.

Dag 2

We begonnen te lopen in onze regenkleding en Willem vroeg aan ons of wij ook in Milsbeek hadden gelopen. Hij dacht in ons die zangers te zien met die mooie opvallende gele shirts, die zo mooi kunnen zingen, dit konden wij alleen maar beamen.
Het is al snel droog en we lopen richting de dodenweg, waren de doden weg?

Er staat een kamp in Amersfoort,
Waar Russen worden afgeslacht,
waar Joden worden uitgemoord en volksgenoten omgebracht.
Daar heeft geen krant ooit van gehoord!
Een stuk uit het Geuzen liedboek, wat er door mijn hoofd spookt, spookt? Dood?
Mijn stemming slaat om, waar de Duitsers eens velen doden, de lijken onder het zand stopten.
De dood waart hier rond, elke stap die we doen brengt ons dichter bij de dood.
Ook als ik achteruit loop, elke stap die we doen brengt ons dichter bij de dood.
We lopen als het ware de dood tegemoet, het leven heeft geen betekenis, alleen de betekenis die jij eraan geeft.

Een zonnestraal door het bladerendak.

Met redenen omkleed opent zich de stilstand van iets anders dan huist
in dit lemmer, oplichtend zoals het is, nog door geen bloed verzocht en verleid,
als ging het om een zien al om zichzelf versaagd,
en om zichzelf herleid tot zijn oorsprong. (lichtval, geschreven door Hans Faverey)

We lopen door hebben de tijd der bezinning achter ons gelaten, aan het einde wacht ons dan de dood maar er is nog veel moois te doen en van te genieten.
Door de bossen naar de heide, we reizen door de Gelderse Vallei als troubadours en vermaken met onze liederen en balladen in ruil voor een glimlach en soms een drankje de mensen langs de kant en om ons heen.

Wij liepen via de oude hessenweg, richting Voorthuizen, mensen waarschuwden ons voor de “reus Bunckman” die leefde van de roof.
Een ieder nam een kortere route, maar afkorten! Dat staat niet in ons geschrift, eenmaal aan begonnen raak je die gewoonte slecht kwijt.
Onze ogen dwaalden van links naar rechts, opeens …….., voelden wij een hand in onze nek en werden we wel een meter opgetild.
De bulderende lach van de reus deed de bomen schudden en de bladeren vallen.
Hij rukte onze rugzakken van onze rug en smeet ons met een wijde boog in het mulle zand, pakte zijn knots, een hele knotwilg en zou ons daarmee verpletteren.
Wij riepen: “Bunckman, sta ons toe een laatste wens te kunnen vervullen.”
Hij liet zijn knots zakken en riep: “Een laatste wens? Ha Ha Ha, wat mag dat dan wel zijn?”
Wij stonden op en zeiden: “Laat ons nog eenmaal zingen, wij bekoren zoveel mensen met onze zang en velen zijn daardoor ontroerd.”
De Reus ging met zijn armen over elkaar staan en met een minachtende blik keek hij op ons neer en brulde: “Zing, maar doe het snel.”
Wij zongen romantische liederen en de reus dacht aan zijn jeugd,
Wij zongen agressieve liederen en de reus dacht aan zijn plunderingen.
Wij zongen lager en lager, de sonore lage tonen van ons gezang deed hem bedaren, ik greep onder het zingen in mijn achterzak, diepte daar mijn o zo bekend vinkje met rum naar boven en de reus nam dit aan en goot het in eenmaal leeg in zijn keel.
Zijn mond ging open, zijn ogen werden groot en puilden uit, stoom kwam uit zijn oren en al happend naar lucht is hij voor het laatst gesignaleerd nabij het IJselmeer.

Zo konden wij nadat wij onze rugzakken weer hadden omgedaan de tocht naar het Henschotermeer hervatten. Bij het meer aangekomen hebben we nog lekker van de zon kunnen genieten, Jan een biertje, ik mijn rum-cola, ik ga nooit met maar 1 vinkje van huis.
Donkere wolken pakten zich weer samen, het was weer tijd om door te gaan. Na een klein uurtje, de volgende rust even iets drinken en toen maar door naar de finish. Waar we een achttal dames achterop liepen, deze oranje kaaskoppen hebben we maar naar de finish gezongen.
Op het terrein stond ook een stand met foto’s, die onderweg waren gemaakt en ja ook een foto van ons.
Twee mannen in het Groot Genneps Geel, niets voor hen, niets naast hen, niets achter hen, alleen maar twee, waar wel plaats was voor tien lieden in het Geel.
Op het terrein waar we een haring konden happen en daarna in een ruime schuimkraag, of in een andere volgorde, er was zelfs muziek aanwezig, kortom het was er leuk vertoeven.

Ad Fundum.






 

Last update 22.07.2007  |  copyright © 2007 [ blisterfield ]